Slippage

maart 2011 069_edited.jpg

Slippage is een uithollingseffect dat ontstaat door een opstapeling van kleine negatieve mutaties.

Dit kan op allerlei fronten voorkomen. Bijvoorbeeld je ademsteun. In tijden waarin je minder frequent studeert en/ of minder energie hebt, kan de ademsteun minder worden. Zonder ervan bewust te zijn pas je je speelwijze hierop aan. Je verandert je embouchure of neemt wat lichtere rieten. Dit proces gaat heel langzaam en vaak ongemerkt. Tot je op een dag denkt “wat is mijn klank dun geworden” of “wat gaan die hoge noten lastig”. En dan begint de zoektocht naar de oorzaak.

Als reparateur krijg ik regelmatig instrumenten binnen voor regulier onderhoud waar volgens de bespeler helemaal niets mis mee is. Ik begin het onderhoud altijd met het uitproberen van de hobo. Dan merk ik meteen dat die hobo’s waar “niets mis mee is” vaak toch niet zo lekker spelen. Klaarblijkelijk heeft de bespeler zich langzaam aangepast aan de veranderende hobo.

Veel mensen hebben de (overigens sympathieke) neiging om te denken dat het aan henzelf ligt. “Ik word een dagje ouder, die snelle loopjes kan ik niet meer op mijn leeftijd”. En dan blijkt dat die snelle loopjes wel weer kunnen als de hobo goed is afgesteld.

Hoe complexer de hobo en hoe langer er geen of weinig onderhoud aan is geweest, hoe groter de slippage. Een tijd geleden bijvoorbeeld kreeg ik een Rigoutat althobo uit de jaren 70 binnen. Prachtig instrument maar al 35 jaar nauwelijks onderhoud gehad. Of ik deze even wilde reviseren. En oh ja, de linker Es had het eigenlijk nooit goed gedaan en de 2e octaafklep blijft soms hangen, de a is altijd te laag, de bes ruist. En zo waren er nog wat zaken.

Als deze althobo direct helemaal gedemonteerd en gereviseerd wordt, is de kans groot dat de bespeler ervan het instrument daarna niet meer terug kent. Dat kan natuurlijk heel positief zijn. Of niet.

Je raakt na zoveel jaren ‘vergroeid’ met je instrument. Met de positieve kanten maar ook met de negatieve. Je past je stemming ongemerkt aan als tonen te laag (of te hoog) worden, je knijpt harder met je vingers, je past je rieten en/ of mondstuk erop aan.

Meestal wordt dan, in overleg met de bespeler, gekozen voor de voorzichtige weg. We werken in kleine stapjes en beginnen met de problemen waar de bespeler het meeste last van heeft. Daarna gaan we steeds meer finetunen en gaandeweg wordt er ook steeds meer onderhoud meegenomen. Zo leer je als reparateur het instrument helemaal kennen en de bespeler kan langzaam wennen aan de veranderingen aan het instrument. Je krijgt als het ware een “omgekeerde slippage”.

Uiteindelijk is het doel om alles uit het instrument te halen wat er in zit. Het gaat altijd om de zoektocht naar de optimale resonantie. Die is bij ieder instrument weer anders. Dat leer je in de loop der jaren door op allerlei instrumenten van allerlei merken en uit allerlei jaren te spelen.
Soms is een instrument mechanisch perfect in orde maar voel je pas bij het spelen dat het nog wat beter kan. En dan zijn het vaak minieme verschillen in de afstelling, die een heel groot verschil uitmaken in speelplezier.

 

De Rigoutat althobo heeft een eerste onderhoudsbeurt gehad. Door de veer aan te passen werkt de Linker Es weer. De polster van de tweede octaaf klep werd vervangen en de veer ervan gesteld. Ook bleek dat de toongaten van het bovenstuk zo vol met vuil zaten dat de stemming er door veranderd was. De gehele mechaniek is nagelopen en opnieuw afgesteld. Een aardig begin en wie weet wat er in de volgende onderhoudsbeurten nog uit te halen valt.
 

Deze aanpak vereist inzet en betrokkenheid van zowel de reparateur als de bespeler. Maar veel hoboïsten hebben dat er graag voor over. Als je al zo lang op je (alt-)hobo speelt krijg je er toch een speciale band mee.  Een goed instrument kan een mensenleven meegaan. Het is een kwestie van zorg en aandacht door de jaren heen.

Emmeke Bressers – Bressers Reparatie/ Bergschenhoek